Berichten plaatsen en reageren op LinkedIn, uitleg en advies


Wie actief is op LinkedIn loopt onvermijdelijk tegen de vraag aan: waarom doet het ene bericht het nu zo goed en het andere niet? Ik verzamelde de beste adviezen voor het plaatsen van berichten en reageren op LinkedIn.

Berichten plaatsen en reageren op LinkedIn

Vanuit de marketing en sales hoek doen allerlei verstandige mensen onderzoek naar het LinkedIn algoritme. Zelf maak ik onder andere gebruik van het heldhaftige werk van Richard van der Blom, die op gezette tijden duizenden posts analyseert, en van de inzichten van bureau Coosto.

Hieronder mijn selectie van tips die relevant zijn voor ‘gewone’ mensen. Daarmee bedoel ik mensen die ter ondersteuning van hun professionele identiteit gebruik maken van LinkedIn.

1. Wie ben jij op LinkedIn

Alles begint met een sterk en volledig profiel: zorg dat het geheel overtuigt. Een eerste indicatie krijg je van LinkedIn in de vorm van sterren. ‘All star’ staat op je dashboard als je voldoende onderdelen hebt ingevuld. Dat is een goed begin want het algoritme houdt hier rekening mee.

Om overtuigend te zijn is het echter ook van belang dat jouw activiteit op LinkedIn strookt met de inhoud van je profiel. Pas dan word je een logische afzender. In dit artikel geef ik daarom advies over hoe je de inhoud van je profiel kunt verbeteren.  

2. Je gedrag op LinkedIn

Ben jij een goede bijdrager op het platform? Ben je niet alleen maar aan het zenden? Houd je contact met je connecties? Zorg je voor discussie? Belangrijke vragen, want je gedrag wordt meegewogen in hoe een post wordt verspreid. LinkedIn heeft zelfs een score voor je algehele performance: de Social Selling Index, die je zelf kunt bekijken. Volgens marketeers moet je een score van 60 halen. Ik denk dat het vooral goed is om te kijken naar de afzonderlijke componenten van de score en je af te vragen waar verbetering mogelijk is.

Er is meer dan de score. Als je goed kijkt naar hoe berichten uitpakken zie je dat een persoonlijke toon goed werkt. Deel niet zomaar iets, maar zeg wat je ergens zelf van vindt. Of waarom je iets belangrijk vindt. Persoonlijk is niet per sé warm of positief doen. Zoek vooral naar een eigen geluid dat past bij jou en hoe je over je werk praat.

Ten slotte is het van belang dat je interessant bent voor de mensen die je wilt bereiken. Spreek je uit over zaken die belangrijk zijn voor jou, en deel informatie die zij ook interessant kunnen vinden. Vertel bij elk bericht dat je deelt, waarom je het deelt. Doe je dat niet dan voelt dat als ‘over de schutting gooien’. In tijden van informatie-overload moet je kunnen uitleggen waarom je anderen lastigvalt met nog meer informatie.

3. De reacties op een post

LinkedIn bepaalt eerst automatisch de kwaliteit van je bericht. Als het die toets heeft doorstaan, wordt het getoond aan een deel van je connecties. De eerste 2 uur zijn belangrijk voor het verdere verloop. Wordt er goed gereageerd dan heeft je bericht blijkbaar potentieel. Timing is dus van belang. In dit artikel vind je een aantal inzichten. Maar gebruik vooral ook je gezonde verstand. Jij kent de mensen tot wie je je richt het beste en hebt een idee van wanneer en op welke tijd zij reageren.

Hoeveel dagen of weken een bericht wordt getoond, is lastig te zeggen. Het lijkt erop dat LinkedIn meer dan voorheen berichten een langer leven gunt.

Wat ook meetelt is de aard van de reacties. Likes (en de varianten daarop) worden meegeteld, maar een commentaar wordt nog meer gewaardeerd door LinkedIn. Het platform wil immers graag meer interactie en discussie. Shares, ofwel gedeelde berichten, tikken minder aan. LinkedIn houdt meer van nieuwe berichten dan van kopieën van berichten die al rondzwemmen op het platform.

Een goede vernieuwing is ‘dwell time’. LinkedIn kijkt tegenwoordig ook naar hoe lang een bericht wordt bekeken. Hierbij zou vanaf 6 seconden geteld worden als een view. Hiermee is het aantal views dus ook een goede indicatie geworden.

4. Het soort bericht

LinkedIn houdt zoals gezegd van berichten die bezoekers langer bezig houden. Video’s doen het daarom goed. Let wel, het gaat hier over native video’s en links naar Vimeo. YouTube video’s worden slecht verspreid. Ook berichten met slides en pdf’s worden gezien als ‘rich content’ die vermoedelijk aandacht zal trekken.

5. De externe link

LinkedIn houdt, zoals alle sociale media, mensen graag binnenboord. Berichten met een externe link hebben daar last van bij de verspreiding. Tegelijkertijd geldt dat een link naar een bekend nieuwsmerk, of anderszins grote website met veel bezoekers, op veel reacties kan rekenen. De negatieve invloed van de externe link op de verspreiding kan dan worden opgeheven door de positieve invloed van veel reacties. Dit zegt ook Richard van der Blom met wie ik hier nog eens over heb gemaild. Hij meent dat alle externe links gelijk behandeld worden.

Voor mensen die willen linken naar een minder bekend eigen blog of website, is de negatieve beoordeling van de externe link lastig. Ik ondervind dit zelf ook vaak. Sommigen proberen van alles om het algoritme te foppen. Ze plaatsen de link niet in het bericht zelf maar in het eerste commentaar of plaatsen het bericht eerst, om het later te bewerken en de link toe te voegen. Maar al die slimmigheid levert weinig op, behalve chagrijn. Het wachten is op de plannen van LinkedIn om ‘artikelen’ op het platform beter te verspreiden. Hieraan wordt gewerkt. Dus wie weet.

Intussen zit er voor de bloggers en posters met een bescheiden publiek en een serieus onderwerp niets anders op dan extra werk verzetten. Alleen met extra aandacht en inspanning lukt het om voldoende reacties uit te lokken waardoor de verspreiding toch op gang komt. Als het een belangrijk bericht is, is het ook de moeite waard er tijd in te steken.

6. Gebruik tags om anderen bij je bericht te betrekken

Met nametags (@) kun je anderen bij je berichten betrekken. De getagde krijgt een notificatie en zal eerder even kijken naar het bericht en erop reageren. Maar overdrijf het niet. Tag zeker geen mensen die je niet kent en die niet zullen reageren. Nametags waarop niet wordt gereageerd, kunnen worden bestraft.

Hashtags (#) gaan een goede toekomst tegemoet. LinkedIn gebruikt ze om berichten doorzoekbaar te maken en mensen bij elkaar te brengen die met hetzelfde onderwerp bezig zijn. Een zaak die wat mij betreft sowieso de aandacht verdient. Gelukkig vindt het platform dat ook. Je kunt steeds beter berichten zoeken op basis van een hashtag. Ook kun je onderwerpen volgen op basis van een hashtag. Wat betreft het aantal: volgens Richard van der Blom kun je er inmiddels 3 tot 9 gebruiken. Zoek ze met beleid uit: je kunt brede hashtags met veel volgers (#duurzaamheid) combineren met specifieke hashtags (#elektrischrijden) met een kleinere maar meer selecte groep volgers.

7. Zet aan tot reageren

Op gezette tijden een hit maken van een bericht is niet zo ingewikkeld. Een heugelijke mededeling over een nieuwe baan leidt tot toejuichingen. Een emotioneel bericht zet ook aan tot reageren. Zeker als het herkenning of verontwaardiging oproept. Maar lang niet iedereen heeft altijd zo’n onderwerp bij de hand. Veel mensen voelen zich er ook niet fijn bij. Mijn advies is om te kijken of je een vraag kunt stellen die mensen kunnen beantwoorden. Wat ook helpt is een mening die aanzet tot denken.

8. Succes is afhankelijk van het doel

Het is lastig om je niet te laten leiden door de aantallen likes, views en wat nog meer. Onze hersens zijn getraind om naar de getallen te kijken en ze belangrijk te vinden. Daarom vinden we 20 likes maar magertjes als Piet er 100 heeft. Om jezelf te bevrijden uit deze manier van denken, kun je het beste telkens even teruggaan naar de oervraag: wat wil ik ook alweer bereiken met dit bericht?


Meer lezen over posten op LinkedIn?